ASR (alkali-silicareactie) in betonconstructies kan leiden tot zorgwekkende scheurpatronen en de constructieve veiligheid ondermijnen. Bij een (rekenkundige) constructieve beoordeling van constructies met ASR kon lange tijd gebruik worden gemaakt van CUR-Aanbeveling 102 (2005). De rekenregels in deze aanbeveling zijn echter zeer conservatief en hebben geen aansluiting met de Eurocode. Daarom is deze Aanbeveling in 2017 ingetrokken. Om de leemte die hiermee is ontstaan in te vullen, heeft een Stufib-studiecel een rapport opgesteld met handvatten bij het constructief beoordelen van constructies met ASR. Dit mede op basis van de nieuwste inzichten uit fib Model Code 2020.
Hoe schadelijk is ASR
in betonconstructies?
Kennisleemte (deels) opgevuld met nieuw Stufib-rapport
1 Typische scheurvorming door ASR in een bestaande betonconstructie
1
46?CEMENT?2 2025
Alkali-silicareactie (ASR) is een
expansieve chemische reactie
in beton met mogelijk negatieve
gevolgen voor de constructieve
veiligheid.
Bij alkali-silicareactie reage-
ren reactieve bestanddelen (reactief silica)
uit het toeslagmateriaal met alkaliën (natri-
um- en kaliumverbindingen) in het beton of
uit de omgeving (dooizouten, zeewater) tot
een reactieproduct. Dit reactieproduct trekt
water aan, waardoor het gaat zwellen en het
beton kan gaan scheuren. Dit reactieproduct
wordt vaak zichtbaar als een witte gel (of
lichtgekleurd gelachtig product) aan het
oppervlak van het beton.
De chemische reacties bestaan uit drie
onderdelen. De oxiden van (voornamelijk)
natrium en kaliumalkaliën (Na+, K+-ionen),
soms omgerekend naar natriumoxide-equi-
valenten (Na
2
O
e
), leveren de eerste reacties
met water:
Na?O + H
2
O ? 2NaOH (alkalihydroxide)
(reactie 1)
K
2
O + H
2
O ? 2KOH (alkalihydroxide)
(reactie 2)
Reactieve silica uit het toeslagmateriaal SiO?
reagereert met de alkaliën uit de eerste
reacties tot alkali-silicaathydraat (Na
2
SiO
3
of K
2
SiO
3
), bekend als alkali-silicagel. De
chemische reacties zijn:
SiO
2
· nH
2
O + 2NaOH ? Na
2
SiO
3
· (n+1)H
2
O
(reactie 3a)
of
SiO
2
· nH
2
O + 2KOH ? K
2
SiO
3
· (n+1)H
2
O
(reactie 3b)
Deze productie is expansief waardoor
scheurvorming wordt veroorzaakt in het
toeslagmateriaal en uiteindelijk ook in de
cementmatrix.
ASR in Nederlands beton
Betonconstructies met portlandcement en
Nederlands toeslagmateriaal hebben altijd
in een bepaalde mate ASR. Goed beschouwd
zijn de omstandigheden in beton dus reeds
aanwezig: reactieve mineralen in het toeslag-
materiaal, alkalische omstandigheden door
het cement en vrij water. In welke mate dit
tot een schadelijke reactie ontwikkelt, wordt
bepaald door het beschikbaar blijven van de
balans in voorwaarden en omstandigheden.
In Nederland is sinds de jaren 50 naast port-
landcement ook hoogovencement toegepast
in beton. Deze constructies zijn doorgaans
minder gevoelig voor schadelijke ASR.
IR. THOMAS
HARREWIJN
Constructeur
Royal HaskoningDHV
auteur
ASR (alkali-silicareactie) in betonconstructies kan leiden tot zorgwekkende scheurpatronen
en de constructieve veiligheid ondermijnen. Bij een (rekenkundige) constructieve beoordeling
van constructies met ASR kon lange tijd gebruik worden gemaakt van CUR-Aanbeveling 102
(2005). De rekenregels in deze aanbeveling zijn echter zeer conservatief en hebben geen
aansluiting met de Eurocode. Daarom is deze Aanbeveling in 2017 ingetrokken. Om de leemte
die hiermee is ontstaan in te vullen, heeft een Stufib-studiecel een rapport opgesteld met
handvatten bij het constructief beoordelen van constructies met ASR. Dit mede op basis van
de nieuwste inzichten uit fib Model Code 2020.
CEMENT 2 2025 ?47
alkali-silicagel
Microstructuur
beton met
ASR-schade
inclusief
aanwijzingen
foto:
Timo Nijland
luchtbel
scheur
kleine
toeslagkorrels
cementmatrix (donkere materie)
deel van een grote
toeslagkorrel
met reactief silica
Wel moet ASR bij periodieke inspecties van
infrastructurele kunstwerken worden meege-
nomen.
'Handvatten' voor de constructeur
De constructieve veiligheid in een bestaande
constructie waarin (vermoedelijk) sprake is
van ASR, kan rekenkundig worden beoor-
deeld. Hiervoor is door de Stufib-studiecel
een stroomschema opgesteld (fig. 3). Dit
stroomschema geeft een praktische werk-
volgorde van grof naar fijn.
Constructieve beoordeling zonder
ASR
In eerste instantie wordt een beoordeling van
de constructieve veiligheid aangeraden zonder
aanvullende rekenregels voor ASR. Zonder
effecten van ASR kan de (dwarskracht)weer-
stand al lager zijn dan de benodigde. Hiervoor
zijn vier mogelijke oorzaken te bedenken:
1?Het gebruik van de constructie is gewijzigd
ten opzichte van het ontwerp, bijvoorbeeld
een hogere verkeersbelasting.
2?Een wijziging in normen en/of technische
inzichten.
2 Uitleg bestandsdelen en gelvorming door ASR. Bron: Betoniek 17/05 - ASR-bestand
2
3?Schade/degradatie aan de constructie-
(materialen) (anders dan ASR) kan de con-
structie zodanig verzwakken dat deze niet
meer voldoet voor het beoogde gebruik van
uit het ontwerp.
4?Een ontwerp- of uitvoeringsfout.
Mocht de constructie zonder het meerekenen
van de effecten van ASR niet voldoen, dan
zijn er andere maatregelen nodig. Dit valt
buiten de scope van dit onderzoek.
Kwalitatieve beoordeling
Na de constructieve beoordeling zonder ASR
is de volgende stap het vastellen of er sprake
is van ASR, op basis van een doelgericht
nader onderzoek. Dit moet gebeuren door
iemand met kennis van het (schade)mecha-
nisme en constructieve veiligheid. Als op ba-
sis van deze 'gerichte visuele inspectie' het
vermoeden bestaat dat er sprake is van ASR,
moet een vervolgonderzoek worden uitge-
voerd, waarbij (gematigd) destructieve in-
spectietechnieken noodzakelijk kunnen zijn.
Uit dit onderzoek volgt de definitieve vast-
stelling van ASR-schade. Om de invloed van
eventueel destructieve onderzoeks
48?CEMENT?2 2025
Verzamelen informatie
omtrent
'vermoeden ASR'
Archiefonderzoek:
?Bestek
?Ontwerptekeningen
?Ontwerp-/herberekeningen
Bepaling volume
expansie met de
cumulatieve
scheurwijdtemethode,
zie bijvoorbeeld
CUR rapport 102
Ja
Nee
nee
Asset manager raadpleegt
constructeur: 'Vermoeden ASR,
is de constructie veilig?'
ASR?
Vermoedelijk wel
ASR?
Gerichte visuele
inspectie scheuren
door constructeur
Ja
Herberekening
uitvoeren (zonder
invloed ASR)
Nee Actuele
herberekening
beschikbaar?
Buiten scope van het
onderzoek
Voldoet
constructie
zonder ASR?
Volume
expansie
< 1.5%
Constructieve
beoordeling conform
Model Code 2020, zie
par. 4.3 van dit rapport
Kennisleemte
Voldoet
constructie?
Neem passende
beheersmaatregelen,
zie hoofdstuk 5
Monitoring schade +
actieplan bij
uitbreiding ASR
Nee Ja
Eventueel nader
onderzoek oorzaak
scheuren
Nee
Monstername voor
polarisatie- en
fluorescentie
microscopie
Nee
Ja
JaNee
3 Stroomschema voor de rekenkundige beoordeling van een bestaande constructie met ASR
3
CEMENT 2 2025 ?49
methoden (kernen boren) te beperken, moet
de vraagstelling voor een vervolgonderzoek
worden voorbereid in overleg met:
a?Materiaaldeskundige (betontechnoloog/
betononderhoudskundige) in verband met
monstername voor de gewenste onderzoe-
ken. Als er kernen moeten worden geboord,
moeten locaties, aantal en afmetingen wor-
den beschreven alsmede het doel van de
onderzoeken waarvoor deze zijn bestemd.
b?
Materiaaldeskundige (petrografie) in ver-
band met het uit te voeren microscopie en
polarisatie- en fluorescentieonderzoek (PFM).
c?Constructeur in verband met de invulling
van de gewenste parameters ten behoeve
van de uiteindelijk vast te stellen construc-
tieve veiligheid.
Het vervolgonderzoek kan gefaseerd worden
uitgevoerd. Elke fase moet in overleg met
genoemde teamleden worden besproken
om het destructieve karakter van het onder-
zoek niet onnodig groot te laten worden.
Effect van ASR op de weerstand
van gewapend beton
Tijdens het onderzoek van de studiecel is fib
Model Code 2020 (MC2020) [1] gepubliceerd,
met daarin een volledig hoofdstuk gewijd aan
constructies aangetast door ASR. Diverse
onderzoeken en proeven liggen ten grond-
slag aan deze nieuwste inzichten. Volgens
MC2020 is het effect van ASR op de axiale
weerstand (trek en druk), momentweerstand,
dwarskrachtweerstand en ponsweerstand
op constructieniveau verwaarloosbaar
klein, mits de volume-expansie door ASR
kleiner is dan 1,5%. Dit geldt voor zowel
elementen met als zonder dwarskrachtwa-
pening. Bij een volume-expansie groter dan
1,5% geeft MC2020 geen uitsluitsel.
De studiecel verwacht dat het meren-
deel van de constructies met ASR in Neder-
land onder de 1,5% volume-expansie valt,
maar beveelt aan om dit altijd te controleren.
Een methode die hiervoor kan worden
gebruikt is de cumulatieve scheurwijdte-
methode, die beschreven is in zowel MC2020
als de ingetrokken CUR Aanbeveling 102.
In MC2020 worden verder twee nadelige
effecten van ASR benoemd, ook als de
expansie kleiner is dan 1,5% (zie ook kader
'Interpretatie studiecel'):
1?Bij voldoende opsluiting kan de chemische
reactie door ASR tot een 'chemische voor-
spanning' leiden, wat een verhoging van de
drukspanningen geeft en daarmee een na-
delig effect heeft op de toetsing van de axiale
drukweerstand. Volgens MC2020 is in de
literatuur bij experimenten een nadelig
effect van maximaal 18% gevonden.
2?ASR kan een significant nadelig effect
hebben op de uittreksterkte van geribde
wapeningsstaven. Op basis van proeven
moet volgens MC2020 worden uitgegaan van
40% reductie van de uittreksterkte bij een
volume-expansie van 1,5%. Hierbij mag
lineair geïnterpoleerd worden tussen 40%
reductie bij een volume expansie van 1,5%
en 0% reductie bij een volume expansie van
0%. Op basis van onderzoek naar de veran-
kering van geribde wapeningstaven in
bi-axiaal gewapende balken, mag volgens
MC2020 de reductie van de uittreksterkte
door ASR worden verwaarloosd indien er
INTERPRETATIE STUDIECEL
? In de hoofdtekst van MC2020 is gesteld dat ASR een verwaar-
loosbaar effect heeft op de axiale drukweerstand. Daarentegen
is in de toelichting vermeld dat er in proeven een maximale
reductie van 18% op de axiale drukweerstand is waargenomen.
Naar oordeel van de studiecel is deze reductie niet verwaarloos-
baar.
? Het nadelig effect van ASR op de uittreksterkte van geribde
wapeningsstaven kan bijvoorbeeld rekenkundig worden vertaald
naar een toename van de verankeringslengte om eenzelfde
kracht in de wapeningsstaaf naar het beton over te brengen.
De reductie van de uittreksterkte van geribde wapeningsstaven
wordt veroorzaakt door de betonscheuren ten gevolge van ASR.
Echter, dit effect lijkt te worden beperkt als de uitgetrokken
wapeningstaaf voldoende wordt omsloten door kruisende
wapeningsstaven. Laatstgenoemde wordt ondersteund door de
experimentele data van balken die bi-axiaal zijn gewapend en
voldoen aan de minimum wapeningspercentages volgens
MC2020. Omdat experimentele data van andere constructie-
types ontbreekt, raadt de studiecel vanuit conservatieve over-
wegingen aan om in deze gevallen altijd een reductie van de
uittreksterkte in rekening te brengen (bijvoorbeeld door een ver-
hoging van de benodigde verankeringslengte), tenzij ook voor
deze constructietypes voldoende opsluiting van de betreffende
wapening kan worden aangetoond.
50?CEMENT?2 2025
Niet-lineaire analyse
De niet-lineaire eindige-elementenmethode
(NL-EEM) is een behulpzame methodiek om
inzicht te verkrijgen in het constructief ge-
drag van betonconstructies. Deze methode
heeft ook de potentie om te worden toege-
past voor het rekenkundig beoordelen van
betonconstructies met ASR. Het invoeren
van materiaaleigenschappen van beton met
ASR in NL-EEM is echter complex vanwege
variabele effecten op mechanische eigen-
schappen. Deze eigenschappen zijn gevoelig
voor meerdere variabelen, zoals scheur-
oriëntatie en ASR-geluitzetting. Variabelen
die de mechanische eigenschappen beïn-
vloeden, kunnen onderling afhankelijk zijn.
Voor de veiligheid gedurende de restlevens-
duur moet het tijdsafhankelijke effect van
ASR in de analyse worden meegenomen.
Er zijn door de studiecel echter geen
(internationale) richtlijnen gevonden voor
het gebruik van NL-EEM bij betonconstruc-
ties met ASR. Dit suggereert dat de techniek
nog niet voldoende ontwikkeld is. NL-EEM is
nog niet gevalideerd voor beton met ASR,
zoals vereist in MC2020. Er ontbreekt een
gevalideerde methode om dit effect op con-
structieniveau te integreren.
Andere tijdsafhankelijke effecten zoals
krimp, kruip en relaxatie zijn ook relevant.
Het is onduidelijk of bestaande relaties voor
onaangetast beton gelden voor beton met
ASR. Eurocode 2 bevat vergelijkingen geba-
seerd op onaangetast beton, waarvan de
geldigheid voor ASR-aangetast beton onze-
ker is. De studiecel heeft drie fundamenteel
verschillende modelleringsaanpakken in de
literatuur gevonden, hiervoor wordt verwe-
zen naar het Stufib rapport [3].
Maatregelen achteraf
Bij bestaande constructies met ASR zijn
herstelmaatregelen mogelijk. Deze moeten
zorgvuldig worden overwogen vanwege mo-
gelijke spanningsherverdeling. De RBK biedt
voorbeelden van risico's en beheersmaatre-
gelen. Vochttoevoer beperken kan de chemi-
sche reactie beïnvloeden, vaak door water-
dichte oppervlaktebehandelingen zoals
coatings. Deze materialen hebben echter
een beperkte levensduur en vereisen onder-
houd.
OPMERKINGEN STUDIECEL
? Voor de bepaling van de volumieke expansie geeft MC2020, naast de cumula-
tieve scheurwijdtemethode, een alternatieve methode die is gebaseerd op
proefresultaten van boorkernen en trendlijnen die een relatie geven tussen de
reductie van mechanische eigenschappen en de volumieke expansie. De stu-
diecel raadt af om met deze methode de volumieke expansie in te schatten,
omdat die hiermee kan worden onderschat. De (niet-conservatieve) onder-
schatting met de trendlijnen komt voort uit het feit dat de trendlijnen zijn
bedoeld om tot een conservatieve schatting van de sterktereductie te komen,
gegeven een zekere expansie. Andersom geeft dat een (niet-conservatieve)
onderschatting van de volumieke expansie, gegeven een zekere sterktereduc-
tie. Het is ook onduidelijk of in de trendlijnen rekening is gehouden met de
sterkteontwikkeling ten gevolge van doorgaande hydratatie.
? Voor de betonsterkteklasse kan als uitgangspunt een sterkte worden aange-
houden zoals bij een constructieve beoordeling zonder ASR. Indien de beton-
sterkte op basis van boorkernen wordt bepaald, wordt aanbevolen boorkernen
te nemen in representatieve delen van de constructie zonder ASR-schade.
Indien de boorkernen toch in een constructiedeel zijn genomen waar ASR-
schade aanwezig is, dan is een constructieve beoordeling volgens de hieruit
bepaalde betonsterkte waarschijnlijk conservatief.
? In de conclusies van MC2020 over het effect van ASR op de dwarskrachtweer-
stand is de invloed van het schaaleffect nog niet grondig onderzocht. Dit is ook
onderkend in onderzoek van Martinez [1], waarop de conclusies uit MC2020
grotendeels zijn gebaseerd. Voor constructies met een hoogte groter dan 350
mm is de ondersteuning van de conclusies door experimentele data beperkt.
Voor een
rekenkundige
beoordeling van
een constructie
met ASR wordt
geadviseerd om
van grof naar
fijn te werken
wordt voldaan aan de minimum wapenings-
percentage eisen volgens MC2020.
Effect van ASR op mechanische
eigenschappen van 'plain
concrete'
In MC2020 is aandacht besteed aan het
effect van ASR op de mechanische eigen-
schappen van 'plain concrete', waarmee in
dit geval boorkernen uit een constructie
worden bedoeld. Er wordt op gewezen dat
een constructieve beoordeling op basis van
de materiaaleigenschappen afgeleid uit
boorkernen leidt tot zeer conservatieve
resultaten als het effect van chemisch voor-
spannen niet wordt meegenomen.
Daarnaast worden in MC2020 figuren
getoond waarin het effect van ASR op de
druksterkte, E-modulus en treksterkte van
'plain concrete' inzichtelijk wordt gemaakt.
Hierbij zijn de voorgenoemde mechanische
eigenschappen uitgezet tegen een vrije
volume-expansie (ofwel geen verhinderde
expansie door wapening).
CEMENT 2 2025 ?51
Risicobeheersing hangt af van oorzaak en
gevolg, waarbij expansie in beton de oorzaak
is. De invloed van expansie is moeilijk vast
te stellen en prognoses zijn onzeker. Beken-
de risicobeperkende acties zijn onder ande-
re: niets doen bij beperkt schadebeeld,
inspectiefrequentie verhogen, of een moni-
toringssysteem installeren. Inspectietech-
nieken zoals crack-mapping zijn in ontwik -
keling, maar kunnen destructief zijn.
Belastingreductie kan door voertuigbeper-
kingen op gewicht, locatie of aantallen.
De constructieve veiligheid kan wor-
den verbeterd door versterkingen aan te
brengen. Actieve of passieve ondersteu-
ningsconstructies kunnen ook helpen.
Proefbelasting kan helpen om de construc-
tieve veiligheid vast te stellen en risicobe-
heersmaatregelen te bepalen. Dit biedt een
momentopname voor verdere acties. In
extreme gevallen is sloop van de constructie
de laatste optie. Het is belangrijk om de be-
trokken deskundigen te raadplegen bij elke
stap. De ontwikkeling van ASR is moeilijk te
voorspellen, maar regelmatige inspecties en
onderhoud zijn cruciaal voor het beheersen
van ASR-gerelateerde risico's.
Preventie
Voor preventie van ASR wordt CUR-Aanbe-
veling 89 'Maatregelen ter voorkoming van
betonschade door alkali-silicareactie (ASR)'
gevolgd. Je kunt dus stellen dat het con-
structieve beton dat is ontworpen met de
CUR-Aanbeveling 89 of met een minimum-
gehalte aan hoogovenslak 'vrij' is van ASR.
Daarmee neemt de kans dat schadelijke
ASR zich in de toekomst voordoet steeds
verder af. Daarnaast zouden ontwerpen
snelle en inspecteerbare hemelwaterafvoer
moeten faciliteren zodat dooizout houdende
hemelwater op de juiste manier wordt
afgevoerd.?
LEDEN STUFIB-STUDIECEL
In Stufib-studiecel 29 'Rekenkundige
beoordeling bestaande constructies met
ASR' hadden zitting:
- Albert Rodenhuis (voorzitter)
- Henco Burggraaf (mentor)
- Branko ?avija (rapporteur)
- Ricky Tai (rapporteur)
- Thomas Harrewijn (rapporteur)
- Wouter Boot (rapporteur)
Bij de totstandkoming van het rapport is
gebruikgemaakt van de deskundige
inbreng van Wim Segers van Rijkswater-
staat en Patrick Holthuizen van TU Delft,
aan wie wij dank zijn verschuldigd. Tevens
bedanken we Hans Kooijman (voorzitter
tot 27-06-2022), Mohamed Grida (tot 17-03-
2023) en Niels Kostense (tot 15-03-2022),
die deels zitting hebben gehad in de studie-
cel. Tot slot onze dank aan de leden van de
vaste commissie 'In-situ beton' van de Stufib
voor het reviewen.
De verwachting
is dat de meeste
constructies
met ASR onder
de voorwaarde
van maximaal
1,5% volume-
expansie vallen
LITERATUUR
1?fib Model Code for Concrete
Structures 2020 (MC2020).
2?Arrieta Martinez, G., Effects of alkali-
silica reaction on the shear behavior of
reinforced concrete beams without
transverse reinforcement (Doctoral
dissertation), 2016.
EINDRAPPORT
Stufib-rapport 32: 'Rekenkundige beoordeling
bestaande constructies met ASR' is verkrijgbaar op
www.stufib.nl/downloads/rapportenstufib.
52?CEMENT?2 2025
Alkali-silicareactie (ASR) is een expansieve chemische reactie in beton met mogelijk negatieve gevolgen voor de constructieve veiligheid. Bij alkali-silicareactie reageren reactieve bestanddelen (reactief silica) uit het toeslagmateriaal met alkaliën (natrium- en kaliumverbindingen) in het beton of uit de omgeving (dooizouten, zeewater) tot een reactieproduct. Dit reactieproduct trekt water aan, waardoor het gaat zwellen en het beton kan gaan scheuren. Dit reactieproduct wordt vaak zichtbaar als een witte gel (of lichtgekleurd gelachtig product) aan het oppervlak van het beton.
De chemische reacties bestaan uit drie onderdelen. De oxiden van (voornamelijk) natrium en kaliumalkaliën (Na+, K+-ionen), soms omgerekend naar natriumoxide-equivalenten (Na2Oe), leveren de eerste reacties met water:
Na2O + H2O → 2NaOH (alkalihydroxide) (reactie 1)
K2O + H2O → 2KOH (alkalihydroxide) (reactie 2)
Reactieve silica uit het toeslagmateriaal SiO2 reagereert met de alkaliën uit de eerste reacties tot alkali-silicaathydraat (Na2SiO3 of K2SiO3), bekend als alkali-silica-gel. De chemische reacties zijn:
SiO2 · nH2O + 2NaOH → Na2SiO3 · (n+1)H2O (reactie 3a) of
SiO2 · nH2O + 2KOH → K2SiO3 · (n+1)H2O (reactie 3b)
Deze productie is expansief waardoor scheurvorming wordt veroorzaakt in het toeslagmateriaal en uiteindelijk ook in de cementmatrix.
Reacties