Een veelgebruikte funderingswijze voor kleinere bouwwerken zijn poeren op de vaste grondslag. Hierin wordt de geconcentreerde belasting via de poer overgedragen aan de grond. De ontstane buigspanningen vragen om buigtrekwapening onderin de poer. Deze wapening moet op een juiste manier worden verankerd. De vraag is of de wapening moet worden uitgevoerd met een ombuiging of haak, of dat deze aan de poerrand direct kan worden beƫindigd. NEN-EN 1992-1-1 kent diverse voorschriften om de verankeringslengte te bepalen en eventueel te reduceren. Tijd om praktische grenzen op te zoeken.
Deze case richt zich op de verankering van de buigtrekwapening onderin een poer op de vaste grondslag en is een vervolg op aflevering 20 uit Rekenen in de praktijk: Poer op de vaste grondslag.
poerafmeting
1200 x 1200 x 200 mm3 (l x b x h)
betonsterkteklasse
C20/25
fck = 20 N/mm2
milieuklasse
XC3
dekking
35 mm
buigtrekwapening
onder: # Ø10-150 (As = 524 mm2/m1)
B500B (fyd = 435 N/mm2)
Dit is de 26e aflevering in de Cement-rubriek ‘Rekenen in de praktijk’. In deze rubriek staat telkens één rekenopgave uit de praktijk centraal. De rubriek wordt samengesteld door een werkgroep, bestaande uit: Willem van Heeswijk (Heijmans), Dennis Heijl (Heijmans), Friso Janssen (Goldbeck Nederland), Harm Boel (ABT), Matthijs de Hertog (Nobleo), Jorrit van Ingen (WSP) en Jacques Linssen (redactie Cement) en Rick van Middelkoop (Witteveen+Bos).
De artikelen in deze rubriek worden telkens opgesteld door één van de leden van deze werkgroep. Het wordt vervolgens gereviewd door de andere leden en door minimaal één senior adviseur binnen het bedrijf van de opsteller. Ondanks deze zorgvuldigheid, is de gepresenteerde rekenmethode de visie van een aantal individuen.
Reacties